256 tinten grijs

In haar artistieke praktijk staat Greet Billet stil bij de menselijke waarneming en zijn vaak illusoire werking. De kunstenares illustreert op gevatte wijze hoe een zogenaamd objectief criterium zoals kleur minder vast blijkt te staan dan doorgaans wordt aangenomen. Die notie van het ongrijpbare en immateriële is dan ook cruciaal in haar oeuvre.

Billet wil het beeld reduceren tot haar meest elementaire structuur. Die vond ze in de binaire code van het digitale beeld. De binaire code, die voor de mens onleesbaar is, zet ze over naar een ander medium. Zo vertaalt ze de digitale overgang van wit naar zwart op analoge wijze. Billet heeft dat proces - dat ze ook heeft uitgevoerd voor de kleuren rood, blauw en groen - weergegeven in fraai uitgegeven boeken. Als je het boek op een willekeurige pagina openslaat, merk je hoe die voortdurend verschuivende kleurnuances elke categorisering ontsnappen. Het gaat niet meer om zwart of wit, maar om honderden tinten grijs.

Met de boeken gaat ze de 256 kleurwaarden die overeenkomen met het aantal computerbits als het ware tastbaar maken. Billet geeft die kleurevoluties niet alleen weer in boeken, maar ook in een sculpturale installatie waarin de kleuren ad random als mikadostokjes bovenop elkaar worden gestapeld. Het is een poging om het ongrijpbare tastbaar te maken en de rationaliteit van de computer te vertalen naar een meer speelse, sculpturale vorm.

Naast de overgang van het digitale naar het analoge onderzoekt Billet ook het omgekeerde proces. De kunstenares scande analoge beelden in en zet die over naar een digitale vorm. Een muurschildering waarboven die wisselende kleurvlakken worden geprojecteerd, geeft voortdurend nieuwe kleurcombinaties weer, waarbij de digitale technologie de analoge drager versterkt. Het raakpunt tussen de muurschildering en de evoluerende kleurnuances zorgt voor nieuwe schakeringen die zich niet onmiddellijk laten benoemen.

Veel van Billets werken zijn in– situ. Ze bestaan maar zolang de tentoonstelling duurt. Dat is voor de kunstenares tevens een manier om zich los te maken van een praktijk die gericht is op een verhandelbaar kunstobject. Het past binnen haar streven naar immaterialiteit. Zo beschilderde ze op de tentoonstelling Colorific in de Ecole des Arts in Braine- l’Alleud twaalf kolommen tot op 1,85 meter in het groen. Daarop projecteerde ze een roterend, rood laserlicht dat de kleurgrens en het snijvlak bestraalt. Zo contrasteerde ze de materie van de verf met de immateriële lichtbron. Net zoals in haar kleuronderzoek contrasteert ze op die manier verschillende vormen van representatie.

Voor een tentoonstelling in Galerie EL in Welle schermde Billet een venster af met een rode filter. Dat zorgde voor een rode gloed. Een ronddraaiend laserlicht tastte de ruimte af en zorgde voor een bijkomende lichtbron. Het invallend rode licht belichte een sokkel die in de ruimte stond. Het rode licht leverde een groene schaduw op, aangezien groen een complementaire kleur is. Ook haar tentoonstelling ‘1/256 – 256/256’ in de Brusselse Sint- Lukasgalerie was een onderzoek naar kleur. In de galerie stonden drie lichtspots opgesteld met daarop een kleurenfilter in rood, groen en blauw. Die wierpen licht op een architecturale constructie in piepschuim met in het midden een spleet.

Dat zorgde voor een schaduwspel in verschillende kleuren. Maar het licht scheen ook door de opening waardoor de drie kleuren samensmolten en werden geprojecteerd op de achterliggende muur. In een kamer ernaast presenteerde Billet de drie boeken die de overgang van dezelfde kleuren (rood, groen en blauw) naar zwart weergeven. Die boeken liet ze echter opzettelijk dicht en werden tentoongesteld achter glas. Daardoor moest de toeschouwer het stellen met de lichtbronnen, zonder de meer tastbare tegenhanger van het boek te kunnen inkijken. Met deze tijdelijke installatie kon de bezoeker de notie van kleur en licht haast aan den lijve ondervinden. Zo reduceert Greet Billet de schilderkunst tot haar essentie. Ze gaat daarbij op haast wetenschappelijke wijze objectieve parameters zoals kleur en licht in vraag stellen. Dat doet ze door verschillende media en representatievormen met elkaar te contrasteren, waaronder ze onze zintuigelijke waarneming op de proef stelt.

Sam Steverlynck, november 2012

Perception

So called ‘bottom up’ psychological theories describe perception as a modular and linear process: basic sensorial information, objectively measurable as biochemical activity and neuronal impulses, is gradually structured and organized in more complex patterns and forms that are in essence meaningless. Meaning is attributed by higher cognitive functions in the last stage of the perceptual process in what is called the interpretation of the object.

This simple mechanical model has guided research into artificial intelligence aimed at imitating speech and visual perception by machines and computers. However, the basic assumption of this model, linearity, revealed to be a fallacy.

Higher cognitive functions intervene in the perceptual process at a much earlier stage. Our attention itself is already directed towards certain objects or aspects of an object by our experience and memory: sensation is therefore in essence subjective, albeit objectively translatable to quantifiable biochemical and neuronal processes. The subject who looks at art has a preconception about the object of art that he is looking at and this prejudice is deeply embedded in his knowledge and understanding of (the history of) art. Patterns and forms that structure these sensations into a more complex ‘Gestalt’ might even be innate a priori categories of our mind, as Kant argues in his “Kritik der reinen Vernunft”: the necessary condition for an object to be perceived by a subject, is the existence of these categories in the subject itself. Therefore, interpretation cannot be construed as an objective and linear process, but has to be described as a bottom up and top down phenomenon: by definition, perception or the attribution of meaning to a sensorial experience is a subjective process in which different modules intervene synchronically as parallel processes.

Greet Billet deconstructs perception by the juxtaposition of different shades of white, and black that appear to be linear gradations. These different shades or gradations are randomly associated with the different stages or modules of the linear bottom up theory of perception, thereby undermining the basic assumption of this theory. This randomness symbolizes that perception is a process of synchronic or parallel modules.